Cees Becht

Cornelis (Cees) Johannes Gerardus Becht (Bergen op Zoom 1910 - Tilburg 1982) studeerde voor Indisch bestuursambtenaar, behaalde in 1933 zijn doctoraalstudie Indologie te Utrecht en in 1934 het doctoraal Indisch recht. In 1935 vertrok hij naar Indië, waar hij aspirant-controleur binnenlands bestuur in Jogjakarta werd. In 1941 werd hij controleur eerste klasse in Wates nabij Jogjakarta. In 1942 werd hij door de Japanners geïnterneerd. Hij verbleef 3,5 jaar in kampen en gevangenissen. In 1945 hervatte hij zijn werk als ambtenaar binnenlands bestuur te Soerabaja. Van 1948 tot 1949 was hij fungerend burgemeester van Soerabaja. Daarna vertrok hij met periodiek verlof naar Nederland, maar toen kort daarna Indonesië onafhankelijk werd, was terugkeer onmogelijk. Becht werd in 1950 burgemeester van Vaals, in 1951 van Kerkrade en in 1957 van Tilburg. Al voor zijn installatie waren er diverse plannen voor stadsverbetering ontworpen en gedeeltelijk uitgevoerd. Becht maakte in 1959 het Achtjarenplan. Onder hem ontstond ook het Stadsgewest Tilburg (samenwerkingsverband Midden-Brabant) en werden onder meer de Stadsschouwburg en het nieuwe stadhuis gebouwd. Vele oude gebouwen, onder andere het negentiende-eeuwse stadhuis, werden gesloopt, wat hem de bijnaam Cees de Sloper opleverde. Door de ontwikkeling tot diensten- en onderwijscentrum en het aantrekken van andere industrieën, werd onder zijn bewind de werkloosheid door het ineenstorten van de textielindustrie in de jaren zeventig niet dramatisch. Bij zijn afscheid als burgemeester in 1975 werd hij ereburger van Tilburg en ontving hij de Gouden Legpenning van de stad. Hij werd opgevolgd door Henk Letschert.