Bezetting

BalkTiu.jpg

Bezetting.jpg

De Tilburgse universiteit is meerdere malen bezet, maar de meest spraakmakende bezetting was die van 1969. In dat jaar werd de toenmalige Katholieke Hogeschool bezet van 28 april tot 7 mei door studenten die veranderingen eisten in het bestuur én het onderwijs van de universiteit. De Tilburgse bezetting was de eerste in universitair Nederland, enkele weken later gevolgd door de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam.

In Tilburg was het al langer onrustig. In februari 1969 was op de gevel van het Cobbenhagengebouw in rode letters de tekst Karl Marx Universiteit aangebracht. Ook waren er sit-ins, waar studenten medezeggenschap eisten. Het bestuur had een structuurnota opgesteld waarin medezeggenschap geen rol van betekenis speelde. Anderzijds was er de zogeheten ‘Nota van 21’ opgesteld door studenten, medewerkers en enkele hoogleraren. Daarin werd een bestuursstructuur voorgesteld met “medebeslissingsrecht voor alle geledingen op alle niveaus”.

Telefooncentrale

Het conflict dat over de nota’s ontstond was aanleiding voor een kleine groep studenten om de eisen kracht bij te zetten door de telefooncentrale te bezetten. Wat overigens buitengewoon eenvoudig voor elkaar te krijgen was. De bezetting, hoe klein ook, deed president-curator Paul van Boven besluiten de hogeschool te sluiten. Waarna rector Cees Scheffer besloot om alle colleges en tentamens op te schorten. Dat betekende voor het wetenschappelijk personeel in feite een ‘van boven’ opgelegde staking tegenover alle studenten.

Studenten - van links tot rechts - en veel personeelsleden keerden zich daarop tegen het besluit en ook tegen het curatorium. Er volgden een hectische meeting in de aula, met 1.500 aanwezigen, sit-ins en teach-ins. Om te voorkomen dat de hogeschool werkelijk dicht zou gaan, besloten de studenten om de hogeschool open te houden, om in het gebouw te blijven. Een heuse bezetting, in het keurige, bedaagde katholieke Tilburg. De bezetting leidde tot enorme aandacht in de media, en tot koortsachtig overleg. Na een week onderhandelen kwamen curatorium en senaat, bij monde van pro-rector Jan van Dijck, met een voorstel: “De senaat erkent in principe het medebeslissingsrecht voor alle geledingen op alle niveaus als uitgangspunt voor het overleg omtrent de structuur van hogeschool.”

Boven.jpg

Gezagscrisis

Studentenacties als deze waren niet beperkt tot Tilburg, ook in (onder meer) Amsterdam, Nijmegen en Groningen eisten studenten medezeggenschap en hervormingen in het hoger onderwijs in Nederland. De ministerraad boog zich op 2 mei 1969 over de situatie in Tilburg. Men sprak, ook in verband met ongeregeldheden in Amsterdam op 30 april en 1 mei, over een ‘steeds verder om zich heen grijpende gezagscrisis’. Amsterdam zou de situatie wel onder controle hebben, maar in Tilburg leken de studenten ‘aan de winnende hand te zijn’. Op 6 mei zag onderwijsminister Veringa zich genoodzaakt een verklaring in de Tweede Kamer af te leggen, waarin hij zowel de bezetting als de sluiting veroordeelde. Tegelijkertijd zag hij positieve kanten aan het studentenoproer én accepteerde hij de autonomie van het hogeschoolbestuur. Hij sprak van een ‘vertrouwenscrisis’ en pleitte voor de-escalatie, het tot elkaar brengen van de partijen en het effenen van de communicatiewegen.


Bezetting3.jpg

Nieuwe bestuursvormen

De bezetting eindigde met een omstreden compromis, maar de Tilburgse protestbeweging stond mede aan de wieg van Veringa’s Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) uit 1971. Het curatorium en senaat maakten plaats voor een College van Bestuur, gecontroleerd door een Hogeschoolraad (later Universiteitsraad). Daarnaast kreeg elke faculteit een eigen bestuur, gecontroleerd door een faculteitsraad. Studenten gingen deel uitmaken van de diverse raden en kregen daardoor de door hen gewenste invloed. In de jaren negentig, met invoering van de wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB), werden de bevoegdheden aanmerkelijk verminderd.

Meer bezettingen

Na de bezetting van 1969 kende de hogeschool nog enkele kortere bezettingen. In 1978, toen studenten ijverden voor de invoering van het vak ‘Politieke economie en maatschappelijke orde’ (PEMO) werd het huidige Cobbenhagengebouw bezet. In 1979 vond een korte bezetting plaats van gebouw B (nu Koopmans gebouw) vanwege bezuinigingsplannen bij de Faculteit Sociale Wetenschappen (nu: Social and Behavioral Sciences (TSB)).

Herdenkingen

De bezetting van 1969 werd in 2009 voor het eerst herdacht, in een programma van het toenmalige Studium Generale. Daar werd onder meer de roman Karl Marx Universiteit gepresenteerd, geschreven door oud-student Jasper Mikkers, onder zijn nom de plume Tymen Trolski. Ook werd een lijvige studie over de bezetting aangekondigd, die onder de titel Opstand in het Zuiden in 2013 zou verschijnen. In 2019 wijdde de VPRO een radiodocumentaire aan de bezetting en besteedde Academic Forum twee programma's aan 1969, waaronder een met studenten over de betekenis van democratie op de universiteit anno 2019.