Badhuizen

In 1894 meldde de Tilburgsche Courant dat de heer Caspanni op Nieuwlandstraat 50 een badhuis met een stoomketel liet bouwen. De voorziening met twaalf badkamers was vanaf juni 1894 dagelijks geopend voor het publiek, waarbij gedurende enkele uren alleen voor vrouwen. Het bericht zegt tevens dat het badhuis een hele vooruitgang was voor de mensen die thuis geen bad hadden en daarvoor naar het riviertje De Leij of naar het Galgeven met zijn verraderlijke diepten moesten gaan. Dit badhuis, dat opvallend genoeg uit een particulier initiatief ontstond, sloot in 1902. Een gemeentelijk initiatief werd pas in 1921 werkelijkheid toen aan de Prinses Julianastraat (Heuvelring) het eerste officiële badhuis werd geopend met veertien douchecabines en acht kuipbaden. In 1928 werd een tweede badhuis met vijftien douchecellen aan het Paduaplein geopend. Toen in 1961 het eerste gemeentelijke badhuis sloot, werden negen douchecellen en een zitbad aangebracht in de kelder van De Vredeburcht. In 1963 en 1964 werden nog badhuizen geopend in de Hoogvensestraat en op het Laurens Kosterplein. Alle badhuizen zijn lang geleden opgeheven en alleen het gebouw in de Hoogvensestraat bleef bewaard.

Geheugen van Tilburg