1940-1945; Hoe hebben Verenaren de bevrijdingsdagen ervaren

  • Bart Bouwens uit Raamsdonksveer doet op een dag een vreemde vondst onder zijn konijnenhok. Hij treft daar een Duitser die daar laf, maar wel ongeschonden, het einde van de oorlog afwacht.
  • In de vroege ochtend van vrijdag 27 oktober nemen de Duitsers het ziekenhuis in. Die dag moest iedere patiënt die naar huis kon het ziekenhuis uit.
  • Al sinds zondagmiddag 28 oktober ligt Raamsdonksveer binnen het bereik van de Britse artillerie. Die avond vallen de eerste granaten. Niemand weet wat er komen gaat.
  • Op dinsdagmorgen 30 oktober komt het bericht: “De Duitsers blazen de kerktoren op”. Rond negen uur klinkt een enorme dreun: dat was de kerktoren.
  • De Duitsers blazen de Dongecentrale op. Daardoor valt de elektriciteit uit. Vanaf dat moment moeten de bewoners kaarsen en olielampen gebruiken.
  • De brug over de Donge is al op 30 oktober uit voorzorg opgeblazen. Om toch over de Donge te geraken, slopen Duitse soldaten deuren uit woningen en bouwen er vlotten van. Sommige zien geen andere mogelijkheid dan zwemmend de Donge over te steken.
  • Jacques Weterings: “Bevrijding? Een feestgevoel?”. Nee, want we bleven frontgebied tot de capitulatie van Duitsland op 5 mei 1945. De Duitsers bleven schieten vanaf de andere kant van de Maas.
  • Vlak voor Pasen 1945 vielen er nog vier slachtoffers tegelijk toen er een granaat op de scheepswerf van Ruijtenberg viel.


De heer J. van Voorthuizen uit Kerkwijk verzamelde een aantal gegevens en deed verslag van zijn onderzoek (Bron: Het Stadsblad van 2 maart 1988)

Dongebrug
Centralestraat (Huidige Oosterhoutseweg)


Een inwoner uit Raamsdonksveer vertelt over de maanden november en december van 1944: "Wij woonden bij de Dongebrug aan de Centralestraat. Het was hoogst twijfelachtig wonen daar, omdat in de omgeving een groot gebouw stond, waarin een slagerij voor de Wehrmacht was gevestigd. Regelmatig doken dan ook geallieerde vliegtuigen naar beneden om het te beschieten. Het resultaat was dat er aan ons huis steeds weer dingen vernield werden. Eind december 1944, rond 1.45 uur, komt er een V-l naar beneden: een geweldige klap, alles davert. Hij was tussen twee panden doorgevlogen op een hoogte van tien/vijftien meter, 'de weg overgestoken' en ontploft in het weiland. Gelukkig was het weiland lager dan de weg. Achter de huizen waren de bomen stuk en verschroeid. Verder was het allemaal goed afgelopen."


De heer C.Bossers, vroeger wonende in Raamsdonksveer, was toen de oorlog begon 14 jaar oud. Twee schoolvrienden van hem werden gedood, doordat een Duitser een handgranaat in een schuilkelder gooide. Later zouden nog een aantal bekenden omkomen. Omstreeks 1943 beginnen de geallieerde luchtmachten het overwicht in de luchtoorlog te krijgen. Speciale aantrekkingskracht had het vliegveld Gilze Rijen en het verkeer over de bruggen van de Bergse Maas. In de vrije uren was Bossers overal te vinden waar vliegtuigen neergekomen waren om delen hiervan te slopen. Een geliefde bezigheid voor velen. Ook kapotgeschoten Duitse wagens kregen veel belangstelling. De Duitsers werden wel argwanend en op zekere dag werden zij betrapt en moesten ze hun zakken leegmaken. Gelukkig waren de zakken leeg. De straf was een paar kilometer voor de auto hardlopen en daarna naar huis. In juli 1944 wordt een viermotorige Amerikaanse bommenwerper (Liberator) in de omgeving van Geertruidenberg neergeschoten. "Delen van het toestel waren bij de Watertoren neergekomen. Bossers probeerde met een aantal anderen de stukken te slopen. Gelukkig hadden ze de bruikbare dingen verstopt toen de Duitsers arriveerden. Drie man uit de groep moest met hen mee en met het geweer op hen gericht moesten ze hun zakken leegmaken. Er volgde een ernstige waarschuwing: indien ze weer zouden worden betrapt, zouden ze op transport naar Duitsland worden gezet.

Heeft u aanvullingen of wijzigingen bij dit artikel? opdekaart@veerserfgoed.nl