't Goirke

Al in 1423 was er sprake van het Cleijn Goerke aan de Stockhasselt. ‘Goerke’ is een verkleinwoord van ‘goor’, dat de betekenis heeft van laaggelegen land, moeras. ‘t Goirke, gelegen ten noordwesten van De Veldhoven, bestond in de zestiende eeuw nog hoofdzakelijk uit ‘gemeijnt’ (woeste grond in gemeenschappelijk bezit) en weiland.

De kaart van Diederik Zijnen (1760) heeft het toponiem ’t Goorke voor het tegenwoordige Julianapark. Het gebied ten westen van de Goirkestraat bestond aan het begin van de negentiende eeuw nog uit akkers en bossen. Het was eeuwenlang in het bezit van de heer van Tilburg, die in de nabijheid zijn kasteel had (Kasteel van Tilburg). Ook aan de oostzijde van de Goirkestraat had hij bezittingen.

Mogelijk heeft de nabijheid van het kasteel bijgedragen aan de ontwikkeling van ‘t Goirke. In 1533 was al sprake van een ‘hoeve van de heer van Tilburg in die Goerkenstraet met land en weiland aan het Goerke (gemeijnt).’ Door de stichting van een schuurkerk in 1715 werd ‘t Goirke het tweede kerkelijke centrum van Tilburg en door de vestiging van de pastorie in 1718 werd ‘t Goirke het bestuurlijke en administratieve centrum van de toen nog ongedeelde parochie Tilburg. Door de verkoop van de bezittingen van de heer van Tilburg vanaf de eerste helft van de negentiende eeuw kwamen er veel percelen beschikbaar, waardoor de Goirkestraat een aantrekkelijke vestigingsplaats werd voor industriële ondernemingen.